Hersenspinsels

De tweede nacht in het ziekenhuis slaap ik nog beroerder. Ik kon al moeilijk in slaap komen maar nadat ik rond half 3 bruut gewekt werd door mijn infuuswekker lukte het even helemaal niet meer. Niet zozeer omdat er veel geluiden in op de afdeling waren maar meer doordat mijn hersenen overuren maakten. 

Van alles gaat er door je hoofd. Het is niet eens piekeren maar meer gewoon van alles. Zo gaan mijn gedachten ook terug naar de avond van mijn opname. Wat mij bezighoudt is het volgende. Men besluit mij op te nemen. Dat zal nodig zijn maar betekend ook iets voor mijn partner. Er is niemand die vraagt of zij het thuis gaat redden. Ik begrijp dat dat niet tot de professionele verantwoordelijkheid  van de verpleegkundigen en artsen van het ziekenhuis behoort maar er is natuurlijk ook nog een andere verantwoordelijkheid, gewoon van mens tot mens.

Nou is dat bij ons gelukkig anders. Bij ons is bijna altijd iemand thuis. Dat komt door de gekozen woonvorm, het Kangoeroewonen. Maar niet iedereen woont zo. Niet iedereen heeft een zoon en schoondochter “thuis” wonen die als het moet bij kunnen springen. En wat moet je dan? Is daar in Nederland een vangnet voor? Ik heb geen idee.

Een andere belachelijke gedachte is dat ik de niet in het ziekenhuis opgenomen Kangoeroes er misschien aan moet herinneren dat morgen (eigenlijk vandaag al) de bak met restafval aan de weg moet. Wie bedenkt zoiets om 03:39 uur? 

Terugkijkend op de afgelopen dag was die saai. In de ochtend de verpleegkundigen met de routinehandelingen, de laborant voor de bloedafname, de chirurg met de mededeling dat ze dat vrijdag pas weer zouden doen en alleen het bezoek van Stef was een welkome onderbreking van de saaiheid. Verder af en toe met het thuisfront gebeld en wat zaakjes “geregeld”. Echt heel veel energie heb ik niet om andere dingen te doen. Tijd genoeg, energie te weinig. Dat komt ongetwijfeld door de omgeving en door het blok aan mijn arm, de infuuspaal.

Gek genoeg heb ik het nu ook koud en een knorrende maag. Thuis zou ik naar de koelkast zijn gelopen voor een plak kaas of zoiets. Zullen ze hier niet goed vinden denk ik. Ik voel me ook niet thuis hier. Zover hoeft het van mij ook niet te komen. 

Ik hoop dat de chirurg haar strategie wijzigt en vandaag de ontstekingswaarden laat bekijken. Die zullen dan minder laag zijn dan wanneer ze het vrijdag laat doen maar wellicht laag genoeg om te zien dat het de goede kant op gaat. Dan kan ik ook weer de goede kant op, naar Elahuizen!

Ik zal dit berichtje nog maar niet versturen naar de mensen die mij lief zijn. Schrikken ze misschien ook wakker van een belletje of ander geluid. Ik zal nog even wachten tot een fatsoenlijker tijdstip, een uur of zeven! 


Reacties

Populaire posts van deze blog

Als ik aan mijn moeder denk

Kamperen

Tien jaar