Een goed bouwjaar

Enige tijd geleden zat ik aan een bar met een man waarvan ik wist dat hij van hetzelfde bouwjaar was als ikzelf. Hoe we er over te spreken kwamen weet ik niet meer maar we hadden het over geboortejaren. Negentientweeënvijftig was een goed bouwjaar zei ik tegen hem. Dat zal zei hij, maar ik zie toch regelmatig mensen met dat bouwjaar in de krant staan met een zwarte rand om hun naam.

Mijn moeder deed dat ook. De familieberichten uitpluizen. Veel oudere mensen doen dat. Geen idee waarom ze dat doen. Misschien om te zien wie ze voorgegaan zijn? 

Zelf ben ik er niet zo van. Ik wil ook niet dat als het met mij zover is dat mijn naam op die manier in de krant komt. Mijn moeder wilde dat ook niet. Komen alleen maar profiteurs op af zei ze dan. Die zien het als een uitje, gezelligheid, koffie en een plak cake gratis en voor niets. Daar komen ze voor. Niet omdat ze mij zo’n fijn mens vonden. Koffie met cake kunnen ze krijgen maar dan moeten ze langskomen als ik nog leef. Veel gezelliger.

Maar ook zonder advertentie in de plaatselijke krant was de uitvaart van mijn moeder goed bezocht. Wat wil je, bijna haar hele leven in hetzelfde dorp gewoond. Zij kende veel mensen en veel mensen kenden haar.

Dat zal bij mij te zijner tijd vast anders zijn. De meeste mensen uit mijn verleden zijn mij, zeker tegen die tijd, allang vergeten of zijn mij voorgegaan. Ik woon nu acht jaar in een klein dorp en tegen die tijd misschien twintig of vijfentwintig jaar. Daar komt bij dat in mijn dorp bijna net zoveel mensen wonen als er op mijn moeders uitvaart waren en ik met de meeste mensen uit het dorp geen contact heb.

Natuurlijk denk je als je 70 bent wel eens na over hoe je je afscheid te zijner tijd zou willen. In ieder geval geen advertentie in de krant. Misschien een bericht of verhaal op Instagram of zoiets. Een rouwkaart? Ik weet het niet. Wat mij betreft  is een whatsapp bericht aan de mensen in mijn adresboek op de telefoon voldoende. Het is in ieder geval goedkoper. 

Begraven of cremeren? Het zal het laatste wel worden. Maar niet vanuit een ongezellige kille aula in een crematorium. Zo’n aula met marmeren vloeren en muren. Nee doe maar een kleine bijeenkomst met alleen de kinderen, kleinkinderen en wat overgebleven vrienden in de rommelige deel van onze woonboerderij.

Misschien zijn er dan nog voldoende muziekvrienden in leven die het geheel wat kunnen opvrolijken met het repertoire dat wij nu om de week repeteren. Als mijn dochter of kleindochter het hele gebeuren dan op de gevoelige plaat wil vastleggen kan een compilatie hiervan op social media geplaatst worden voor de mensen die het gebeuren gemist hebben.

Maar goed, zover is het nog lang niet. Negentientweeënvijftig was immers een goed bouwjaar. Het leven is nog steeds meer dan de moeite waard om geleefd te worden.

Ik heb dan wel geen loodjeslijst maar nog wel heel veel plannen! Eén daarvan is mijn jongste kleinkind volwassen zien worden. En als je weet dat het jongste kleinkind waarschijnlijk nog geboren moet worden…………


Reacties

Populaire posts van deze blog

Als ik aan mijn moeder denk

Kamperen

Tien jaar