17 - 71

Binnenkort hoop ik 71 jaar te worden. Wat gaat het toch snel allemaal, veel te snel. Ik kan me nog goed herinneren wat mij bezig hield toen ik 17 werd. Ik mocht al een jaar brommer rijden en was toe aan de volgende stap, de auto. Mag je vandaag de dag op je 17e al rijles nemen moest je in 1969 gewoon wachten tot je je 18 verjaardag had gehaald. Niet iedereen overleefde die bromfietstijd en werd 18 jaar. De helmplicht bestond nog niet en ook wij vonden in die jaren 50 km per uur niet snel genoeg. Dat ging meestal goed maar vaak ook niet. In mijn vriendenkring is zeker één leeftijdsgenoot dodelijk verongelukt op de bromfiets en zijn er meerder gehavend uit die tijd gekomen.

Maar goed van 17 naar 71 lijkt een lange tijd en dat is het ook. In die 54 jaar heb ik zowel privé als werkgerelateerd het nodige meegemaakt. Over dat privé heb ik eerder al het e.e.a. opgeschreven maar over het werkgerelateerde ben ik tot nu toe redelijk stil gebleven. 

In ruim 44 jaar bij de Amsterdamse politie maak je veel mee. Veel leuke dingen maar ook veel, heel veel, ingrijpende gebeurtenissen. De meeste vergeet je totdat een ander er over begint. Maar er zijn een aantal van die gebeurtenissen die je echt goed bijblijven. Ik zal er hier een paar van noemen.

De dood van leeftijdsgenoot en collega Siemon Landman op 29 april 1974. Door een voortvluchtige crimineel doodgeschoten. Siemon was net als ik 21 jaar jong en werkte aan het bureau Leidseplein. Zelf was ik die dag niet in dienst maar het gebeuren heeft destijds behoorlijk indruk op mij gemaakt. Ik ben eerder dit jaar nog in Warnsveld geweest waar voor alle tijdens de uitvoering van de politietaak omgekomen politiemensen een monument is opgericht. In deze tuin van bezinning is natuurlijk ook de naam van Simon Landman terug te vinden.

Zelf ben ik ongeveer een jaar later betrokken geweest bij een schietincident. Samen met een collega deed ik dienst in burger (burgerpot) toen een uniform-auto naar een gevalletje huisvredebreuk werd gestuurd. Omdat het verder rustig was gingen wij ook die kant op om waar nodig te ondersteunen. Op het adres aangekomen bleek het te gaan om een man die de woning van zijn ex vriendin niet meer wilde verlaten. Toen wij ook in de woning waren vluchtte de man via de keuken naar de achtertuin. In zijn vlucht nam hij uit de keuken een groot keukenmes mee waarmee hij alles en iedereen op afstand hield. Mijn burgerpot collega en ik besloten via een poort achter de tuin op het dakje van de bij de betreffende woning behorende schuur te klimmen. 

Het was een zwoele zomeravond en veel Amsterdammers zaten op hun balkon en volgden het gebeuren in de achtertuin met grote belangstelling. Omdat niemand in de buurt van de agressieveling kon komen stelde de inmiddels gearriveerde chef van dient voor om bij Artis een verdovingsgeweer op te halen. Eénmaal verdoofd zou hij makkelijk ingerekend kunnen worden. Nog voordat het geweer was gearriveerd zagen mijn burgerpot collega en ik kans de man van achteren, vanaf het schuurdakje, te bespringen. Bij deze actie kwam ik ten val en zag de man kans mij met het keukenmes een prikje in mijn buik te geven. Iets dat ik later pas doorhad omdat ik toch wel redelijk aan het bloeden was. 

Het prikje in mijn buik en het plan van de man om daar nog wat meer gaatjes in te maken was voor mijn collega’s aanleiding op hem te gaan schieten. Hij stond dicht bij mij en de kogels vlogen mij dus ook om de oren. Er werden door verschillende collega’s 13 kogels afgevuurd waarvan er 9 doel troffen. De man werd vooral in de benen geraakt en heeft het, zonder blijvende schade, overleefd en heeft ons in de jaren daarna nog regelmatig het nodige werk bezorgd. 

Op 9 mei 1977 had mijn dienstgroep nachtdienst toen er brand uitbrak in hotel Polen aan het Rokin in Amsterdam. Bij deze brand kwamen 33 mensen om het leven en raakten er 21 zwaargewond. De machteloosheid die je ervaart bij een brand als deze is enorm. Toen AT5 bij de eeuwwisseling o.a. aandacht besteedde aan deze ingrijpende gebeurtenis voelde ik die machteloosheid opnieuw. Vreselijk.

In mijn 9e dienstgroep periode heb ik met mijn groepsleden assistentie verleend bij een verschrikkelijk auto-ongeluk op het Valeriusplein. Twee kinderen uit één gezin waren onder de wielen van een vuilnisauto gekomen en hebben dit niet overleefd. Samen met Nol Smolders, de aalmoezenier, zijn de ouders geïnformeerd. Het had weinig gescheeld of die hadden het langs een andere weg te horen gekregen want de kinderen waren op weg naar school en andere ouders bij school waren al op de hoogte voordat de ouders geïnformeerd waren. Omdat onbekend was hoe dit vreselijke ongeluk heeft kunnen gebeuren is er enige tijd later een reconstructie gedaan en hebben we de emoties nogmaals mogen ervaren.

Begin jaren 80 ben ikzelf ook betrokken geweest bij een dodelijk ongeval. Ik reed in een burgerauto over de vrije trambaan van de Postjesweg. Het was winter, het sneeuwde of had gesneeuwd en het zicht was beroerd. Een wat oudere man stak over bij een voetgangersoversteekplaats en liep daarbij, zo is later vastgesteld, door het rode licht. Het slachtoffer werd naar het ziekenhuis overgebracht en is daar later overleden. Samen met mijn toenmalige leidinggevende ben ik bij de echtgenote van de man op bezoek geweest. Een emotionele en indrukwekkende ervaring die ik nooit zal vergeten.

In mijn periode als leidinggevende aan het bureau Houtmankade kreeg ik een redelijk goede band met een collega die ook leidinggevende wilde worden en daarvoor een soort van stage liep en ik zijn begeleider was. In die periode zat de betreffende collega privé in zwaar weer. Op enig moment werd hij van het nodige beschuldigd en dat was voor de korpsleiding aanleiding hem te schorsen. Geen actieve dienst meer dus en de kans op een andere functie, een leidinggevende functie, was ineens geminimaliseerd. Nadat er aangifte tegen hem gedaan was besloot de korpsleiding een ontslagprocedure in werking te zetten. De politie was alles voor hem. Het was zijn lust en zijn leven. Hij zag geen andere uitweg dan zichzelf van het leven te beroven. Bizar detail is dat tijdens zijn uitvaart iets bijzonders gebeurde. Het was stralend weer met een onbewolkte hemel maar bij het dalen van de kist in het graf klonk één harde donderslag (onweer). 

Dit waren een paar van de meest ingrijpende gebeurtenissen uit mijn loopbaan. Het zijn er meer, veel meer, maar teveel om op te schrijven. In die 44 jaar zijn er ook ontzettend veel leuke en mooie ervaringen geweest. Ook daar denk ik nog met grote regelmaat aan terug. Ik heb geen dag spijt gehad van mijn keuze voor de politie. Ik heb met heel veel fijne mensen mogen werken en met een aantal van hen heb ik ook nu nog contact. Een mooie periode dus maar geen heimwee. Ik ben er nu 8 jaar uit en ik zeg wel eens gekscherend dat had ik 44 jaar eerder moeten doen, dat met pensioen gaan.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Als ik aan mijn moeder denk

Kamperen

Tien jaar